Inhoudsopgave
Een flitsfoto van achteren, een brief met een vraag om inlichtingen, en u weet zeker dat u op dat moment niet achter het stuur zat. Misschien reed uw partner, een kind, een collega of een vriend die uw wagen had geleend. Wat moet u dan doen?
Het antwoord is strenger dan veel mensen denken. Sinds de wet van 6 maart 2018 volstaat het niet meer om te zeggen dat u het niet was. U moet in principe ook meedelen wie wel reed. Wie dat weigert, riskeert een vervolging voor een afzonderlijk misdrijf. Voor vennootschappen gelden al langer strikte regels. Dit artikel hoort ook bij ons overzicht over vluchtmisdrijf, waar de identificatie van de bestuurder vaak de kern van de zaak is.
Het vermoeden tegen de houder van de nummerplaat
Veel verkeersovertredingen worden vastgesteld zonder dat de bestuurder wordt tegengehouden: flitscamera’s, trajectcontroles, roodlichtcamera’s, maar ook vluchtmisdrijven waarbij alleen de nummerplaat werd genoteerd. Voor die gevallen bepaalt artikel 67bis van de Wegverkeerswet dat de overtreding vermoed wordt begaan door de houder van de nummerplaat, dat is de persoon op wiens naam het voertuig is ingeschreven.
Het Hof van Cassatie heeft in een arrest van 21 juni 2022 (P.22.0071.N) bevestigd dat dit vermoeden geldt voor alle overtredingen van de Wegverkeerswet, dus niet alleen voor snelheidsovertredingen, maar bijvoorbeeld ook voor alcoholmisdrijven. Het vermoeden speelt ook wanneer de politie verschillende personen bij het voertuig aantreft zonder te weten wie reed. Het openbaar ministerie moet wel altijd de overtreding zelf bewijzen.
Hoe weerlegt u het vermoeden?
Stap 1: bewijzen dat u niet de bestuurder was
U kunt het vermoeden weerleggen met elk middel van recht. Enkele voorbeelden:
- u was op het ogenblik van de feiten in het buitenland, wat blijkt uit vliegtickets of een hotelfactuur;
- u was aan het werk, wat blijkt uit een tijdsregistratie of een verklaring van uw werkgever;
- de politie vermeldt in het proces-verbaal zelf gegevens die niet met u overeenstemmen, bijvoorbeeld het geslacht of de leeftijd van de bestuurder op de foto.
Stap 2: de werkelijke bestuurder meedelen
Vóór 2018 hield het daar op. U kon volstaan met “ik was het niet”, en het parket moest zelf uitzoeken wie wel reed. In de praktijk bleven veel overtredingen zo onbestraft, ook vluchtmisdrijven met slachtoffers.
Sinds de wet van 6 maart 2018 bepaalt artikel 67bis dat de houder die bewijst dat hij niet reed, ertoe gehouden is de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken. U moet dus iemand aanwijzen, en dat moet geloofwaardig zijn.
Sinds een wetswijziging van 23 september 2018 geldt daarvoor een termijn van 15 dagen. Die loopt vanaf de dag waarop u kunt bewijzen dat u niet de bestuurder was.
Wat als u de bestuurder echt niet kent?
De wet voorziet drie uitzonderingen. U hoeft niemand aan te duiden als u kunt bewijzen dat er sprake was van:
- diefstal van het voertuig of van de nummerplaat;
- fraude, bijvoorbeeld wanneer iemand met een vervalste of gekopieerde nummerplaat rijdt;
- overmacht, bijvoorbeeld wanneer u door een ziekenhuisopname niet kon reageren.
Buiten die gevallen is “ik weet niet wie reed” geen geldig antwoord. De wetgever verwacht dat u weet aan wie u uw wagen toevertrouwt.
Wanneer en hoe antwoordt u?
Na een vaststelling ontvangt u een vraag om inlichtingen of een antwoordformulier van de politie of het parket, vaak via het platform verkeersboetes.be. Daarin vermeldt u dat u niet de bestuurder was en wie wel reed: naam, adres, geboortedatum en rijbewijsnummer als u dat kent.
Enkele praktische punten:
- Antwoord meteen en binnen de termijn. Ook voor natuurlijke personen legt artikel 67bis een termijn van 15 dagen op, te rekenen vanaf de dag waarop u kunt bewijzen dat u niet reed. Wacht dus niet tot u een dagvaarding krijgt. Wie pas maanden later, op de zitting, voor het eerst een andere bestuurder aanwijst, zal de rechter veel moeilijker overtuigen. In de rechtspraak wordt dat vaak als ongeloofwaardig beschouwd.
- De bewijsstukken hoeven niet meteen mee. U moet in het formulier aangeven dat u niet reed en wie wel. De stukken die dat staven, kunt u later nog aan de rechter bezorgen.
- Maak het aannemelijk. Duidt u een bestuurder aan die in het buitenland woont of een onwaarschijnlijk profiel heeft, zorg dan voor een ondertekende verklaring van die persoon met een kopie van zijn identiteitskaart, en voor bewijs dat hij op dat ogenblik in België was.
- Duid nooit valselijk iemand aan. Wie een ander aanwijst terwijl hij zelf reed, riskeert een vervolging voor valsheid en blijft bovendien vervolgbaar voor de overtreding zelf.
Vennootschappen en andere rechtspersonen
Staat het voertuig op naam van een vennootschap of een vereniging, dan geldt artikel 67ter. De rechtspersoon, of wie haar in rechte vertegenwoordigt, moet de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten meedelen binnen 15 dagen vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen. Kent de vennootschap de bestuurder niet, dan moet ze de persoon aanduiden die verantwoordelijk is voor het voertuig. Die persoon moet dan op zijn beurt de bestuurder meedelen.
De wet verplicht de rechtspersoon ook om de nodige maatregelen te nemen om aan die plicht te kunnen voldoen. Een vennootschap met meerdere wagens of gedeelde voertuigen houdt dus best een rittenlogboek bij. Brieven die op de maatschappelijke zetel blijven liggen, zijn een klassieke valkuil: de termijn van 15 dagen loopt vanaf de verzending, niet vanaf het moment waarop iemand de brief opent.
Ook hier gelden de uitzonderingen van diefstal, fraude en overmacht.
Het Hof van Cassatie heeft die regels op een aantal punten verduidelijkt:
- Het parket moet de ontvangst aannemelijk maken. Alleen bewijzen dat de brief werd verstuurd, volstaat niet. Er moet redelijkerwijze vaststaan dat de vennootschap de vraag echt ontving, of dat ze die door eigen nalatigheid niet ontving. De vennootschap moet dat vermoeden ook echt kunnen weerleggen (Cass. 14 december 2021, P.21.1108.N).
- Een mondelinge vraag is ook geldig. De vraag om inlichtingen hoeft niet schriftelijk te zijn. Ze kan bijvoorbeeld tijdens een verhoor worden gesteld (Cass. 14 december 2021, P.21.0801.N).
- Ook een late vraag moet u kunnen beantwoorden. De vennootschap moet zich zo organiseren dat ze ook lang na de feiten nog weet wie met welke wagen reed (Cass. 9 november 2021, P.21.0894.N).
- Zelf de schuld op zich nemen kan niet. Een vennootschap of haar zaakvoerder mag de meldplicht niet ontlopen door de verantwoordelijkheid voor de overtreding zelf op te nemen. Dat besliste het Hof in een recent arrest.
Wie een bedrijfswagen van de werkgever gebruikt, vindt meer uitleg in ons artikel over verkeersboetes met een bedrijfswagen.
De gebruikelijke bestuurder
Een verhuur- of leasemaatschappij kan in de Kruispuntbank van de Voertuigen een gebruikelijke bestuurder laten registreren. Die bestuurder wordt dan gelijkgesteld met de houder van de nummerplaat, zodat de vraag om inlichtingen rechtstreeks bij hem terechtkomt. Vandaag staat die registratie niet open voor elke vennootschap. Een wetsvoorstel van 2026 wil dat verruimen tot alle rechtspersonen met een wagenpark.
Wat riskeert u als u de bestuurder niet meedeelt?
Wie de bestuurder niet meedeelt, wordt vervolgd voor een afzonderlijk misdrijf, dat losstaat van de oorspronkelijke overtreding. Sinds 1 september 2026 zijn de straffen uitgedrukt in de strafniveaus van het nieuwe Strafwetboek.
| Wie | Verplichting | Straf bij niet-naleving |
|---|---|---|
| Natuurlijke persoon (artikel 67bis) | De werkelijke bestuurder meedelen als u bewijst dat u niet reed | Straf van niveau 2; bij herhaling binnen drie jaar kan niveau 3 worden opgelegd |
| Rechtspersoon (artikel 67ter) | De bestuurder meedelen binnen 15 dagen | Straf van niveau 1; bij herhaling binnen drie jaar wordt de geldboete verdubbeld |
Schendt die plicht uw zwijgrecht, het recht om niet tegen uzelf te getuigen? Nee, oordeelde het Hof van Cassatie. De verplichting om bekend te maken wie met de wagen reed, tast de kern van dat recht niet aan (Cass. 6 februari 2018, P.17.0577.N).
De rechter behoudt een ruime beoordelingsmarge. Hij kijkt onder meer of er sprake is van opzet of van slordigheid, en naar de ernst van de onderliggende overtreding. Wie weigert de bestuurder te noemen na een vluchtmisdrijf met een gewonde, zal strenger worden aangepakt dan wie een brief over een kleine snelheidsovertreding heeft laten liggen.
Bevoegd is de politierechtbank van de plaats waar de oorspronkelijke overtreding werd begaan.
Veelgestelde vragen
Moet ik mijn partner of kind aanwijzen als bestuurder?
Ja. De wet maakt geen uitzondering voor familieleden. Wie bewijst dat hij niet reed, moet de identiteit van de werkelijke bestuurder meedelen, ook als het om een partner, kind of ouder gaat. Alleen bij diefstal, fraude of overmacht vervalt die verplichting. Wie weigert, riskeert een vervolging voor een afzonderlijk misdrijf, bovenop de oorspronkelijke overtreding.
Binnen welke termijn moet ik de bestuurder meedelen?
Een vennootschap moet de bestuurder meedelen binnen 15 dagen vanaf de verzending van de vraag om inlichtingen. Ook een natuurlijke persoon heeft 15 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop hij kan bewijzen dat hij niet reed. Antwoord in elk geval meteen: wie pas op de zitting een andere bestuurder aanwijst, overtuigt de rechter zelden.
Wat als ik niet meer weet wie met mijn wagen reed?
Dat is geen geldige reden om niemand aan te duiden. De wet verwacht dat u weet aan wie u uw wagen toevertrouwt. Alleen diefstal, fraude, zoals een gekopieerde nummerplaat, of overmacht ontslaan u van die plicht. Deelt u meerdere wagens met anderen, houd dan een eenvoudig logboek bij wie wanneer met welke wagen reed.
Mag ik een buitenlandse bestuurder aanduiden?
Ja, de wet sluit dat niet uit. De rechter zal wel extra aandacht hebben voor de geloofwaardigheid. Voeg een ondertekende verklaring van de bestuurder toe, met een kopie van zijn identiteitsbewijs en rijbewijs, en bewijs dat hij op dat ogenblik in België verbleef, bijvoorbeeld met een vliegticket of een verblijfsbewijs.
Wat als mijn nummerplaat werd gekopieerd?
Dan valt u onder de uitzondering van fraude en hoeft u geen bestuurder aan te duiden. U moet de fraude wel aannemelijk maken, bijvoorbeeld met foto’s die tonen dat het gaat om een ander type of een andere kleur wagen, of met het bewijs dat uw eigen wagen op dat moment elders stond. Doe bij een vermoeden van gekopieerde platen altijd aangifte bij de politie.
Uw dossier laten nakijken
Ontving u een vraag om inlichtingen of een dagvaarding voor een overtreding die u niet zelf beging? Wij helpen u het vermoeden correct te weerleggen en bereiden uw verweer voor. Neem contact met ons op. Lees ook ons artikel over de verjaring van verkeersovertredingen.
Stand van de wetgeving: 30 september 2026. Wij werken dit artikel bij wanneer de regels wijzigen.
Verwante artikels
Snelheidsovertreding in België: boete, rijverbod en verweer
Te snel gereden? De limieten, de meetmarge, de boetebedragen sinds 1 juli 2026, wanneer u voor de rechter moet komen en hoe u zich verdedigt.
Flitsboete betwisten: wanneer maakt u echt een kans?
Flitsboete ontvangen en twijfelt u? Welke bewijswaarde de flitsfoto heeft, welke fouten tellen en hoe u een snelheidsboete betwist.
Zware snelheidsovertreding: dagvaarding en rijverbod
Meer dan 30 of 40 km/u te snel? Dan volgt een dagvaarding en meestal een rijverbod. Wat riskeert u als jonge bestuurder of bij herhaling?