Inhoudsopgave
Een dodelijk verkeersongeval is voor alle betrokkenen ingrijpend: voor de nabestaanden, maar ook voor de bestuurder die het ongeval veroorzaakte. Lange tijd werd zo’n ongeval strafrechtelijk behandeld als een gewone onopzettelijke doding. Of de bestuurder een moment onoplettend was, of met veel te veel alcohol en veel te snel reed, maakte voor de wettelijke strafmaat weinig verschil.
Het nieuwe Strafwetboek, dat op 1 september 2026 in werking trad, verandert dat. Het maakt van de doding in het verkeer een afzonderlijk misdrijf en voert daarnaast een verzwaarde doding in het verkeer in, in de media vaak “verkeersdoodslag” genoemd, met veel zwaardere straffen. In dit artikel leest u wat die begrippen inhouden en wat ze in de praktijk betekenen. Voor vluchtmisdrijf na een ongeval verwijzen wij naar ons overzicht over vluchtmisdrijf. Wat u meteen na een ongeval moet doen, leest u in ons artikel over wat te doen na een verkeersongeval.
Hoe was het vroeger?
Tot 31 augustus 2026 werd een dodelijk verkeersongeval vervolgd op grond van artikel 419 van het oude Strafwetboek: onopzettelijke doding door gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg. Wanneer het ging om een verkeersongeval, gold een hogere strafmaat, met een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar.
Slachtofferverenigingen en een deel van de politiek vonden dat die regeling onvoldoende onderscheid maakte. Een bestuurder die een fietser in een dode hoek over het hoofd ziet, stond wettelijk op gelijke voet met een bestuurder die dronken en met 160 km/u door een woonwijk raast. Wie bewust grote risico’s neemt, veroorzaakt volgens die kritiek geen “ongeval” meer.
Doding in het verkeer (artikel 107)
Het nieuwe artikel 107 van het Strafwetboek bestraft het doden door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het kader van het deelnemen aan het verkeer. Het wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Niveau 3 betekent een gevangenisstraf van meer dan 3 tot 5 jaar. De rechter kan, zeker bij verzachtende omstandigheden, ook een straf van een lager niveau opleggen, zoals een werkstraf, een probatiestraf, elektronisch toezicht of een geldboete. De maximale gevangenisstraf is dus niet hoger dan vroeger, maar het misdrijf heeft nu een eigen naam en plaats in het Strafwetboek.
Daarnaast bestaat de integriteitsaantasting in het verkeer: het toebrengen van letsel door een gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in het verkeer. Dat misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Verzwaarde doding in het verkeer (artikel 107/1)
De grootste vernieuwing is artikel 107/1. Wanneer een dodelijk verkeersongeval gepaard gaat met bepaalde ernstige omstandigheden, wordt het bestraft met een straf van niveau 4: een gevangenisstraf van meer dan 5 tot 10 jaar. Dat is een verdubbeling van het vroegere maximum.
Het gaat onder meer om de volgende omstandigheden:
- dronkenschap of een vergelijkbare toestand onder invloed van drugs;
- door het rood licht rijden;
- rijden met de gsm in de hand;
- een zware snelheidsovertreding: meer dan 40 km/u te snel, of meer dan 30 km/u te snel in de bebouwde kom, een zone 30, een schoolomgeving of een erf;
- rijden zonder het vereiste rijbewijs, of tijdens een intrekking, een verval of een schorsing ervan;
- rijden zonder het opgelegde alcoholslot;
- een overtreding van de vierde graad.
Het misdrijf werd in de Kamer aangenomen op 29 januari 2026 en trad samen met het nieuwe Strafwetboek in werking op 1 september 2026.
Welke vragen stellen zich in de praktijk?
Omdat het misdrijf nieuw is, bestaat er nog geen rechtspraak over. Enkele vragen zullen in de dossiers een belangrijke rol spelen:
- Het oorzakelijk verband. Moet de verzwarende omstandigheid zelf het ongeval hebben veroorzaakt, of volstaat het dat ze aanwezig was? Voor de verdediging is dat een kernvraag, bijvoorbeeld wanneer iemand door het rood licht reed maar het slachtoffer zelf plots de weg opliep.
- Het bewijs van de omstandigheid. De snelheid moet correct zijn vastgesteld of gereconstrueerd, de toestand van dronkenschap moet blijken uit de vaststellingen, het gsm-gebruik uit getuigen of telefoongegevens.
- De afbakening met een gewone doding in het verkeer. Niet elke fout maakt van een ongeval een verzwaarde doding. De lijst van omstandigheden is beperkt.
Het rijverbod
Bij een veroordeling voor doding in het verkeer legt de rechter bovendien een verval van het recht tot sturen op van 3 maanden tot 5 jaar of definitief. Hij kan het herstel van het recht tot sturen afhankelijk maken van herstelexamens, zoals een theoretisch en praktisch examen en een medisch en psychologisch onderzoek. Zie ons artikel over herstelonderzoeken.
Wordt u tegelijk veroordeeld voor doding in het verkeer én voor rijden onder invloed van alcohol of drugs, dronkenschap of een zware snelheidsovertreding, dan bedraagt het rijverbod minstens drie maanden. Was u bovendien in herhaling voor alcohol of drugs, dan is dat minstens een jaar. In die gevallen krijgt u uw rijbewijs pas terug na de vier herstelexamens: een theoretisch en een praktisch examen, een geneeskundig en een psychologisch onderzoek (artikel 38, §2 WVW). Bij een ongeval met gewonden geldt een minimum van zes maanden als u in herhaling was voor alcohol of drugs.
Vaak laat het parket het rijbewijs al onmiddellijk intrekken na een dodelijk ongeval, zeker wanneer alcohol, drugs of een zware snelheidsovertreding in het spel zijn. Zie ons artikel over de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs.
Feiten van vóór 1 september 2026
Voor een dodelijk ongeval dat gebeurde vóór 1 september 2026, maar dat pas daarna voor de rechter komt, geldt het principe van de mildste strafwet. De rechter past de wet toe die voor de beklaagde het gunstigst is. De zware straffen van de verzwaarde doding in het verkeer kunnen dus niet worden toegepast op feiten van vóór de inwerkingtreding.
Het slachtoffer en de nabestaanden
De nabestaanden kunnen zich burgerlijke partij stellen in de strafprocedure. De politierechter spreekt zich dan in hetzelfde vonnis uit over hun schadevergoeding. Welke schade nabestaanden kunnen vorderen, leest u in ons artikel over schadevergoeding voor nabestaanden na een overlijden.
Los van de schuldvraag voorziet artikel 29bis van de WAM-wet in een automatische vergoeding van zwakke weggebruikers, zoals voetgangers en fietsers, en van passagiers. Hun lichamelijke schade en die van hun nabestaanden wordt vergoed door de verzekeraar van het betrokken motorrijtuig, ook als de bestuurder geen fout beging.
Verweer bij een dodelijk ongeval
Een vervolging voor doding in het verkeer, en zeker voor verzwaarde doding, vraagt een zorgvuldige voorbereiding vanaf het eerste verhoor. U hebt het recht om vooraf een advocaat te spreken en hem bij het verhoor te laten aanwezig zijn. Zie ons artikel over uw rechten bij een verhoor door de politie.
- Het ongevalsverloop. In veel dossiers stelt het parket een verkeersdeskundige aan. Zijn reconstructie van snelheid, zichtbaarheid en reactietijd is vaak doorslaggevend. U kunt een eigen technisch raadsman laten meewerken en bijkomende onderzoeksdaden vragen.
- De fout. Artikel 107 vereist een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid. Ook de eigen fout van het slachtoffer kan een rol spelen.
- De verzwarende omstandigheid. Werd de snelheid correct bepaald? Was er werkelijk sprake van dronkenschap of van gsm-gebruik op het ogenblik van het ongeval?
- De strafmaat. De rechter houdt rekening met uw houding na het ongeval, uw verleden en uw persoonlijke situatie. Ook na een veroordeling blijven alternatieve straffen mogelijk.
U hebt het recht om vóór uw eerste verhoor een advocaat te raadplegen en u door hem te laten bijstaan. Maak daar gebruik van: wat u in die eerste uren verklaart, blijft in het dossier.
Veelgestelde vragen
Wat is verkeersdoodslag?
Verkeersdoodslag is de term die in de media wordt gebruikt voor de verzwaarde doding in het verkeer uit artikel 107/1 van het nieuwe Strafwetboek. Het gaat om een dodelijk verkeersongeval dat gepaard ging met een ernstige omstandigheid, zoals dronkenschap, drugs, een zware snelheidsovertreding of rijden met de gsm in de hand. Het wordt bestraft met een gevangenisstraf van meer dan 5 tot 10 jaar.
Welke straf staat er op een dodelijk verkeersongeval?
Dat hangt af van de omstandigheden. Een doding in het verkeer wordt sinds 1 september 2026 bestraft met een straf van niveau 3, met een gevangenisstraf van maximaal 5 jaar, en een rijverbod. Bij een verzwaarde doding in het verkeer geldt niveau 4, met een gevangenisstraf tot 10 jaar. De rechter kan bij verzachtende omstandigheden lagere of alternatieve straffen opleggen.
Geldt de nieuwe regeling ook voor ongevallen van vóór september 2026?
Nee. Voor feiten van vóór 1 september 2026 past de rechter de mildste wet toe. De zwaardere straffen van de verzwaarde doding in het verkeer kunnen niet met terugwerkende kracht worden opgelegd. Voor die feiten blijft het maximum van vijf jaar gevangenisstraf gelden.
Moet de verzwarende omstandigheid het ongeval veroorzaakt hebben?
Dat is een van de belangrijkste vragen die de rechtspraak zal moeten beantwoorden. Omdat het misdrijf nieuw is, bestaat daar nog geen vaste rechtspraak over. In uw verdediging is het in elk geval een belangrijk punt: kon het ongeval ook zonder die omstandigheid gebeurd zijn?
Krijg ik na een dodelijk ongeval altijd een rijverbod?
Bij een veroordeling voor doding in het verkeer volgt een verval van het recht tot sturen van 3 maanden tot 5 jaar of definitief, vaak met herstelexamens. Het parket kan uw rijbewijs bovendien al onmiddellijk laten intrekken, nog voor de rechter zich uitspreekt.
Uw dossier laten nakijken
Werd u betrokken bij een dodelijk of ernstig verkeersongeval, of wordt u opgeroepen voor verhoor? Wij staan u bij vanaf het eerste verhoor en bereiden uw verdediging zorgvuldig voor. Neem contact met ons op.
Stand van de wetgeving: 1 oktober 2026. Wij werken dit artikel bij wanneer de regels wijzigen.
Verwante artikels
Verkeersongeval: wat moet u doen en wie is aansprakelijk?
Betrokken bij een verkeersongeval? Wat u ter plaatse moet doen, wanneer u de politie belt, wie aansprakelijk is en hoe u schadevergoeding krijgt.
Aanrijdingsformulier invullen: tips en valkuilen
Hoe vult u het Europees aanrijdingsformulier correct in, wat is de bewijswaarde, moet u tekenen en kan u het achteraf nog wijzigen?
Autoschade na een ongeval: gebruiksderving en waardevermindering
Herstelling of totaal verlies, gebruiksderving per dag, huurwagen, btw en waardevermindering: welke autoschade vergoedt de tegenpartij na een ongeval?