Overtreding: Verkeersongeval

Schadevergoeding voor nabestaanden na een dodelijk ongeval

8 min leestijd

Inhoudsopgave
  1. Wie kan een schadevergoeding vragen na een overlijden?
  2. Begrafeniskosten
  3. Verlies van inkomen
  4. Verlies van huishoudelijke hulp
  5. Morele schade van de nabestaanden
  6. De schade van de overledene zelf (ex haerede)
  7. De samenwonende partner
  8. Had het slachtoffer zelf een fout gemaakt?
  9. Overleden als voetganger, fietser of passagier
  10. Burgerlijke partij in de strafzaak
  11. Veelgestelde vragen
  12. Uw dossier laten nakijken

Wie een partner, kind, ouder of broer of zus verliest in het verkeer, heeft eerst tijd en rust nodig. Vragen over schadevergoeding komen meestal later. De schadevergoeding voor nabestaanden na een dodelijk ongeval omvat zowel de kosten als het financiële verlies en het verdriet.

Geen enkel bedrag maakt het verlies goed. Een vergoeding is wel een erkenning van wat u overkomen is. In dit artikel leggen wij uit welke schade de naasten kunnen vorderen, van wie en hoe. Meer over de eerste stappen na een ongeval leest u in ons overzicht verkeersongeval: wat te doen?.

Wie kan een schadevergoeding vragen na een overlijden?

Het recht maakt een onderscheid tussen twee soorten vorderingen:

  • De eigen schade van de nabestaanden. Iedereen die een nauwe band had met de overledene en daardoor zelf schade lijdt, kan die vorderen. Dat is schade “door terugslag” (artikel 6.27 BW voor ongevallen vanaf 1 januari 2025).
  • De schade van de overledene zelf (schade ex haerede). Die gaat over naar de erfgenamen, die ze in naam van de nalatenschap vorderen.

Begrafeniskosten

De aansprakelijke partij betaalt de kosten van de uitvaart terug aan wie ze effectief betaalde. Dat omvat de kist, de dienst, de grafsteen en de koffietafel. Bewaar dus alle facturen en betalingsbewijzen.

De rechter kan kosten die hij buitensporig vindt, herleiden. Soms wordt maar een deel terugbetaald, bijvoorbeeld wanneer een volwassen kind de uitvaart van een oudere ouder betaalt. Het kind had die kosten normaal later ook gedragen. Men vergoedt dan enkel het nadeel dat de uitgave vroeger kwam. Is de overledene jong, dan wordt het volledige bedrag vergoed.

Successierechten en notariskosten worden niet vergoed. Die vinden hun oorzaak in de wet, niet in het ongeval.

Verlies van inkomen

Leefde u mee van het inkomen van de overledene, dan lijdt u materiële schade. Dat geldt vooral voor de partner en de kinderen ten laste.

De berekening vertrekt van het netto-inkomen van de overledene. Daarvan gaat het deel af dat hij voor zichzelf zou hebben uitgegeven, want die kosten vallen weg. Wat overblijft, is het verlies van het gezin. Dat bedrag wordt omgerekend naar een kapitaal, meestal tot de vermoedelijke pensioenleeftijd, en daarna voor het verlies aan pensioen.

Een overlevingspensioen wordt daar niet van afgetrokken: volgens het Hof van Cassatie heeft het een andere oorzaak dan het ongeval.

Verlies van huishoudelijke hulp

De overledene deed ook huishoudelijk werk: koken, poetsen, klussen, de kinderen naar school brengen. Het wegvallen van die hulp is een afzonderlijke schadepost, die soms over het hoofd wordt gezien. Ook hier gaat het deel af dat voor de overledene zelf bestemd was.

Die schade bestaat ook als de overledene geen beroepsinkomen had.

Morele schade van de nabestaanden

Het verlies van een naaste veroorzaakt verdriet dat niet in geld uit te drukken is. Toch moet de rechter een bedrag vastleggen. Hij gebruikt daarvoor meestal de Indicatieve tabel. Sinds 2024 werkt die tabel niet meer met vaste bedragen, maar met vorken. Zo kan de rechter rekening houden met de concrete band en de omstandigheden.

Verwantschap met de overledene Indicatieve tabel 2024
Partner (gehuwd of samenwonend) 15.000 tot 45.000 euro
Kind dat een ouder verliest 15.000 tot 45.000 euro
Ouder die een kind verliest 15.000 tot 45.000 euro
Broer of zus 7.500 tot 25.000 euro
Grootouder of kleinkind 7.500 tot 25.000 euro
Verlies van een ongeboren kind 3.000 tot 9.000 euro

Onder de tabel van 2020 kreeg een partner standaard 15.000 euro.

Waar u in de vork terechtkomt, hangt af van uw situatie: woonde u samen, hoe oud was u, hoe hecht was de band, en in welke omstandigheden gebeurde het ongeval? De vork is bovendien geen grens. In een vonnis van 31 maart 2026 van de rechtbank in Henegouwen (afdeling Bergen) kreeg een kind van acht jaar dat zijn moeder verloor 55.000 euro, boven de bovengrens van de tabel. De rechter hield rekening met de jonge leeftijd en de bijzondere gezinssituatie.

Ook anderen, zoals een stiefouder of pleegkind, kunnen morele schade vorderen als zij een bijzondere band aantonen.

De schade van de overledene zelf (ex haerede)

Overleed het slachtoffer niet meteen, dan heeft hij tussen het ongeval en het overlijden zelf schade geleden: pijn, angst, medische kosten. Die schade gaat over naar de erfgenamen.

Voor morele schade ex haerede is wel vereist dat het slachtoffer in die periode bij bewustzijn was. Was hij zich bewust van zijn nakende dood, dan stelt de Indicatieve tabel 2024 een vergoeding van 75 euro per dag voor. Was hij de hele tijd in coma, dan wordt voor die periode in de regel geen morele schade vergoed.

De samenwonende partner

Vroeger kregen niet-gehuwde partners weinig of niets. Dat is veranderd. Een samenwonende partner kan vandaag in principe dezelfde vergoeding krijgen als een gehuwde, zowel voor morele schade als voor inkomensverlies.

Voor inkomensverlies moet u wel aantonen dat de relatie duurzaam was. Elementen die daarbij helpen: hoe lang u samenwoonde, gemeenschappelijke kinderen, een samen gekochte woning, een gezamenlijke rekening of een samenlevingscontract.

Had het slachtoffer zelf een fout gemaakt?

Was de overledene zelf mee verantwoordelijk voor het ongeval, bijvoorbeeld als bestuurder die te snel reed, dan wordt ook de vergoeding van de nabestaanden verminderd, in verhouding tot die fout. Boek 6 BW bepaalt dat uitdrukkelijk (artikel 6.27), en ook onder het oude recht was dat zo. Het Grondwettelijk Hof zag daar in 2014 geen ongelijke behandeling in (arrest nr. 111/2014).

Overleden als voetganger, fietser of passagier

Was de overledene een voetganger, fietser of passagier, dan geldt een gunstiger regeling. Via artikel 29bis WAM vergoedt de verzekeraar van het betrokken motorrijtuig de schade van de nabestaanden, ook als de bestuurder geen fout maakte. Een eigen fout van het slachtoffer speelt dan geen rol, tenzij het ongeval bewust gewild was.

Bleef de bestuurder onbekend na een vluchtmisdrijf, of was hij niet verzekerd, dan komt het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds tussen. Zie ook ons artikel over schadevergoeding na vluchtmisdrijf.

Burgerlijke partij in de strafzaak

Na een dodelijk ongeval volgt vaak een strafonderzoek, bijvoorbeeld voor doding in het verkeer. De nabestaanden kunnen zich burgerlijke partij stellen. Zo krijgen zij inzage in het strafdossier en beslist de rechter in hetzelfde vonnis over hun schadevergoeding.

Burgerlijke partij worden is geen verplichting. U kunt ook met de verzekeraar onderhandelen of later een afzonderlijke procedure voeren.

Veelgestelde vragen

Hoeveel schadevergoeding krijgt u bij het overlijden van uw partner?

Voor de morele schade stelt de Indicatieve tabel 2024 een bedrag tussen 15.000 en 45.000 euro voor, afhankelijk van de omstandigheden. Daarnaast kunt u de begrafeniskosten, het inkomensverlies en het wegvallen van huishoudelijke hulp vorderen. Bij een jong gezin ligt die materiële schade vaak veel hoger dan de morele schadevergoeding.

Krijg ik als samenwonende partner ook een vergoeding?

Ja. Een samenwonende partner wordt in de rechtspraak in principe gelijkgesteld met een gehuwde partner. Voor het inkomensverlies moet u wel aantonen dat uw relatie duurzaam was, bijvoorbeeld met een samenlevingscontract, een gezamenlijke woning of rekening, of gemeenschappelijke kinderen. Voor de morele schade kijkt de rechter vooral naar de band die u had.

Wie betaalt de begrafenis na een dodelijk verkeersongeval?

De verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder betaalt de begrafeniskosten terug aan wie ze effectief betaalde. Bewaar alle facturen en betalingsbewijzen. Was het slachtoffer voetganger, fietser of passagier, dan gebeurt dat via artikel 29bis WAM, ook zonder fout van de bestuurder. In sommige gevallen wordt slechts een deel vergoed, bijvoorbeeld bij een ouder slachtoffer.

Krijg ik minder als mijn overleden partner zelf in fout was?

Als uw partner bestuurder was en zelf mee het ongeval veroorzaakte: ja. De vergoeding van de nabestaanden wordt dan verminderd in verhouding tot zijn of haar fout. Was uw partner voetganger, fietser of passagier, dan speelt die fout geen rol voor de schade die voortvloeit uit het overlijden, dankzij artikel 29bis WAM.

Hoe lang heb ik de tijd om een schadevergoeding te vragen?

In principe vijf jaar vanaf de dag nadat u de schade en de aansprakelijke kende, met een maximum van twintig jaar na het ongeval. Tegen de verzekeraar geldt vijf jaar vanaf het ongeval, verlengbaar tot tien jaar als u pas later van uw recht wist. Wacht dus niet te lang.

Uw dossier laten nakijken

Wij begrijpen dat een procedure het laatste is waar u na een overlijden aan wilt denken. Wij nemen het contact met verzekeraars en rechtbank van u over en zorgen dat geen schadepost vergeten wordt. Lees ook ons artikel over schadevergoeding na een verkeersongeval. Neem contact met ons op.

Stand van de wetgeving: 30 september 2026. Wij werken dit artikel bij wanneer de regels wijzigen.

Verwante artikels

← Terug naar de blog
WhatsApp (opent in een nieuw venster)